Gemeente Geertruidenberg rechtspraak ?

Geertruidenberg 16 November 2005

Aan: Gemeente Geertruidenberg
Vrijheidstraat 2
4941 DX Raamsdonksveer

t.a.v. Burgemeester & Wethouders

Van: Henk Mutsaers
Koestraat 26
4931 CS Geertruidenberg

Betreft: Eenzijdige aanrijding markt Gemeente Geertruidenberg.

Maandagochtend 14-11-2005 om 08.20 uur reed mijn dochter Anne Marie met de auto op de markt in de Gemeente Geertruidenberg waar ze zag dat de Brandestraat afgesloten was. Bij de keer manoeuvre  werd het eerste hek werk vrijwel kops geraakt waarbij enorme schade ontstond. De kleurstelling van het hekwerk ten opzichte van de achtergrond blijkt ongelukkig gekozen er gaat namelijk in de ochtend schemering geen enkele contrasterende werking van uit. Dit had inmiddels bij de gemeente bekend dienen te zijn daar er al meerdere ongelukken hebben plaatsgevonden. Op de kopse kant van het hekwerk is geen enkele reflectie aanwezig. Mede gezien de eerdere ongelukken waar lering uit getrokken had kunnen worden wil ik dan ook de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk stellen voor de geleden schade.



Geertruidenberg 16-12-2005. (derde schrijven aan Gemeente Geertruidenberg)

Betreft Aansprakelijkheidstelling eenzijdige aanrijding.

marktplein gemeente geertruidenberg
U schrijft dat; “Op de gemeente rust, op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek, de verplichting tot vergoeding van de schade indien de schade is veroorzaakt door een gebrek aan de opstal als zodanig”. Naar de termen van artikel 6:174 BW vertaald betekent het voorgaande dat zo gauw de weg niet voldoet aan de eisen die redelijkerwijs aan een weg als waar het om gaat mogen worden gesteld, sprake is van een gebrekkige opstal en de wegbeheerder hiervoor aansprakelijk is, ongeacht of hij aan het bestaan van deze toestand schuld heeft. De schuldvraag ziet dan met name op de vraag of hij de wegbeheerder de gebrekkige toestand kende of behoorde te kennen doch hier desalniettemin niets aan heeft gedaan.

De gemeente Geertruidenberg heeft duidelijk gekozen om de bewuste hekwerken die midden op het marktplein staan in de algemeen toegepaste kleur donkergroen zijnde beschermt stadsgezicht toe te passen. Hierbij wetende dat men daarbij de factor veiligheid ondergeschikt belang maakt. Bovendien wordt de oorspronkelijke doelstelling, uitsluitend plaatsen tijdens de weekmarkt op vrijdag niet nagekomen. De vele aanrijdingen die reeds hebben plaatsgevonden hebben al tot het aanbrengen van reflectors geleid maar zijn volstrekt onvoldoende gebleken daar deze aan de kopse zijde ontbreken. De hekwerken dienen ten alle tijden goed zichtbaar te zijn, ook voor mensen van buiten de gemeente die de verkeerssituatie niet kennen. Bovendien ontbreken bij verschillende hekken de reflectierenende materialen inmiddels al weer.

Met de keuze van de weginrichting dient er ten alle tijden rekening te worden gehouden dat deze gevaarlijke gebleken verkeerssituatie over het hoofd kan worden gezien en kan leiden tot gewonden en materiele schade. Het was dus zaak dit risico te verkleinen door het zo veilig en zichtbaar mogelijk maken. Hierin is de gemeente Geertruidenberg duidelijk in gebreke gebleven nadat er reeds meerdere schades plaatsvonden. Ook al werden deze niet altijd gemeld, de beschadigde hekwerken spraken voor zich. Dat het anders kan blijkt uit de kleurstelling in de Brandestraat.

Resumerend.

Dit alles overwegende blijf ik bij het standpunt dat ik de gemeente Geertruidenberg aansprakelijk stel voor de geleden schade. Mochten wij dit niet in den minne kunnen regelen dan zie ik mij genoodzaakt deze zaak uit handen te geven.

Met vriendelijke groet,
Henk Mutsaers

Wat zegt de wetgeving?

Technische kwaliteitsrichtlijnen.
* Zichtbaar (eventueel door middel van markering of openbare verlichting ter accentuering van de bijzondere constructie)

Voor de beoordeling van de aansprakelijkheid is van belang of de situatie onder de gegeven omstandigheden als een gebrek moet worden aangemerkt,
waarbij met name de (tijdige) zichtbaarheid van het meubilair voor de weggebruiker belangrijk is. Zo zullen paaltjes op het fietspad of betonnen elementen langs het fietspad die bijvoorbeeld dienen om auto's te weren, moeten worden uitgevoerd in een met het wegdek contrasterende kleur. Voldoet de zichtbaarheid niet en doet zich schade voor, dan zal al snel aansprakelijkheid moeten worden aangenomen.

De wegbeheerder dient rekening te houden met het gebruik van de weg en het feit dat niet iedere weggebruiker steeds de optimale oplettendheid zal betrachten.

Het verwachtingspatroon dat de weggebruiker van een bepaalde weg heeft moet worden meegewogen.

Bronnen; CROW richtlijnen 705 / 706 / publicatie 146b / 147 / 175
& Handboek inrichting openbare weg


Vonnis                                                          
Rechtbank Breda

Sector Kanton
Lokatie Breda
Zaak/rolnr.: 404735 CV EXPL 06-4938

Vonnis d.d. 22 november 2006
Inzake
Maria Petronella Johanna Mutsaers,

Wonende te 4931 CS Geertruidenberg, Koestraat 26,
Eiseres,
Gemachtigde: H. Mutsaers te Geertruidenberg,

Tegen

De rechtspersoonlijkheid bezittende

Gemeente Geertruidenberg,

Zetelende te 4990 GA Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, Vrijheidstraat 2,

gedaagde,
vertegenwoordigd door J.Lensvelt-van Ham, ambtenaar van gedaagde.

1. Het verloop van het geding
1.1. De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het exploot van de dagvaarding van 23 juni 2006;
b. de conclusie van antwoord met producties;
c. de conclusie van repliek;
d. de conclusie van dupliek.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2. het geschil

2.1 Eiseres (verder te noemen Mutsaers) heeft gevorderd bij vonnis gedaagde (verder te noemen de gemeente Geertruidenberg dan wel de gemeente) te veroordelen tot betaling van € 3.700,-, vermeerderd met rente en kosten.

2.2 De gemeente Geertruidenberg heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Foto's 1 + 2 genomen door
Gemeente Geertruidenberg

Hekje markt gemeente Geertruidenbnerg
Blauwe VW Golf stond daar die ochtend.
hekwerk rijtuigen groen 1510 gemeente geertruidenberg
'stille getuigen'
historische markt gemeente geertruidenberg
Zon op 14-11-2005 7.58 uur
peugeot 206 met schade

3. De beoordeling

3.1. Mutsaers heeft aan haar vordering kort gezegd ten grondslag gelegd de schade die zij aan de door haar bestuurde auto heeft geleden als gevolg van een frontale botsing met een door de gemeente op het marktplein van Geertruidenberg geplaatst hekwerk. Zij heeft gesteld dat dit hekwerk door haar kleur en wegens het ontbreken van reflectoren op de kopse zijde daarvan, niet, althans zeer slecht zichtbaar was. als wegbeheerder heeft de gemeente daardoor niet voldaan aan de eisen die aan de inrichting van een openbare weg worden gesteld, waarbij zij er rekening had dienen te houden dat het Nederlandse straatbeeld overwegend donker gekleurde auto’s laat zien en daardoor het contrast tussen het hekwerk en een daarbij geparkeerde auto geheel ontbreekt. De gemeente was hiervan op de hoogte, gelet op eerdere aanrijdingen die hebben plaatsgevonden.

3.2. De gemeente Geertruidenberg heeft zowel voorafgaande aan deze procedure, als in haar conclusies verschillende argumenten aangevoerd ter afwering van Mutsaers’ vordering. Zij heeft er ondermeer op gewezen dat er geen sprake van kan zijn dat de hier bedoelde opstal niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen; dat Mutsaers het causale verband tussen de gevorderde schade en het hekwerk niet heeft aangetoond; dat Mutsaers met de plaatselijke situatie bekend is; dat zij kennelijk haar snelheid en verlichting niet aan de weg en het weer heeft aangepast; dat de verkeerssituatie voldeed aan de daaraan te stellen eisen en dat deze duidelijk en veilig was. Tenslotte heeft zij geconcludeerd dat zij niet is tekort geschoten in haar wegbeheer en deswege de vordering afwijst.

3.3. De kantonrechter overweegt dat Mutsaers weliswaar heeft gesteld dat aan een door haar bestuurde auto schade is ontstaan ten gevolge van een botsing met een door de gemeente geplaatst hekwerk, maar dat zij dit op geen enkele wijze heeft aangetoond. Van het voorval zelf zijn kennelijk geen getuige, terwijl de door de politie opgemaakte rapportage waaraan Mutsaers bij repliek refereert niet in het geding in gebracht. Evenmin heeft Mutsaers aangeboden haar stellingen nader door bewijsmiddelen te onderbouwen. Waar de gemeente bij antwoord heeft betwist dat er een causaal varband bestaat tussen het door haar geplaatste hekwerk en de beweerdelijk daardoor ontstane schade had echter van Mutsaers mogen worden verwacht dat zij bij repliek dit verband zou aantonen, althans zou aanbieden dit in een later stadium van de procedure alsnog te doen. De enkele verwijzing naar een foto waarop olie te zien zou zijn en het noemen van een tweetal namen van personen die –zonder dit met eigen ogen te hebben zien gebeuren- zouden hebben vastgesteld dat de botsing heeft plaatsgevonden, is onvoldoende om daaruit de gevolgtrekking te maken dat de gevorderde schade door de gestelde botsing is ontstaan. Nu dit derhalve niet in rechte kan worden vastgesteld waardoor die schade is ontstaan, laat staan dat de gemeente Geertruidenberg daarvoor aansprakelijk gehouden zou kunnen worden, betekend zulks dat de vordering reeds om die reden behoort te worden afgewezen.

3.4. Voor zover Mutsaers, door te wijzen op artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek, heeft willen betogen dat de gemeente aansprakelijk gehouden kan worden voor de ontstane schade aangezien het hekwerk waartegen zij zou zijn aangereden wegens de kleur en het ontbreken van reflectoren op de kopse kant daarvan niet zou voldoen aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden daaraan mag stellen en waardoor het gevaar oplevert, kan zij daarin evenmin worden gevolgd. Het hekwerk - deel uitmakende  van een rij hekwerken – is geplaatst op een gedeelte van de Markt dat een parkeerfunctie heeft, inclusief het aan- en afrijden van auto’s die gaan parkeren of hebben geparkeerd. Dit gedeelte is anders bestraat dan de gedeelte van de Markt die bestemd zijn als ‘aanvoerroute’ van de Brandestraat en als ‘afvoerroute’ van de Vismarktstraat, beide éénrichtingsverkeerstraten. Waar genoemd gedeelte geen ‘doorgaande’, ‘verbindende’ functie heeft, behoeft de wegbeheerder niet verdacht te zijn op automobilisten die ter plaatse bijzondere, niet op parkeren gerichte manoeuvres uitvoeren en behoeve ook geen bijzondere voorzieningen aan genoemde hekwerken te worden getroffen. Van een verkeersdeelnemer mag bovendien worden verwacht dat hij in een ongewone historische omgeving zoals ter plaatse, in zijn gedragingen ermee rekening houdt dat hij zich in een bijzondere verkeerssituatie begeeft en derhalve (extra) oplettendheid betracht. Niet is gebleken dat die, gezien de omgeving te verlangen zorgvuldigheid, is betracht.

3.5. Waar bovenstaande reeds in het algemeen geldt doet aan Mutsaers stelling te meer afbreuk dat zij niet heeft weersproken dat zij in die omgeving woonachtig is en bekend verondersteld kan worden met de verkeerssituatie aldaar, inclusief de tijdelijke afsluiting van de weg die naar de Markt leidt. Zij heeft ook niet gesteld dat zij onbekend was met de naar haar mening onopvallende kleur van het hekwerk. Mitsdien had de hiervoor bedoelde oplettendheid, meer nog dan van een willekeurige verkeersdeelnemer, van haar kunnen worden verlangd. Tenslotte heeft Mutsaers bij repliek erkend dat zij geen verlichting voerde terwijl het nog schemerig was. Haar klacht dat het hekwerk niet afdoende was voorzien van reflectoren is daardoor ook vergeefs: reflectoren kunnen immers geen licht weerkaatsen dat er niet is. Van bijzondere weersomstandigheden op het moment van de gestelde botsing – de gemeente heeft daarvan gegevens overlegd die door Mutsaers niet zijn weersproken – is niet gebleken.

3.6. Mitsdien zal de vordering worden afgewezen, met veroordeling van Mutsaers in de kosten van het geding. Daarbij geldt dat nu de gemeente zonder tussenkomst van een gemachtigde procedeert  haar kosten worden begroot op nihil.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Wijst vordering af;

Veroordeelt Mustaers in de kosten van dit geding, aan de zijde van de gemeente Geertruidenberg tot deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Wallis en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2006


Begint onze rechtspraak in de gemeente Geertruidenberg ook al de gevolgen te ondervinden van de opwarming van de aarde en te vervallen in die van een bananenrepubliek?