|
Symposium
"Vitaminen & Hart- en Vaatziekten" |
Een organisatie van het Vitamine Informatie Bureau van TNO Voeding
in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Vereniging van Diëtisten en de Nederlandse Vereniging voor Voedingsleer en Levensmiddelentechnologie
Ede (NL), 10 februari 2000
Bedoeling van dit symposium, onder het voorzitterschap van Prof. Dr. ir. F.J. Kok (Wageningen Universiteit), was een balans op te maken van de gerapporteerde effecten van vitaminen op hart- en vaatziekten. Een onderwerp, zoals ook bleek uit de zaaldiscussies, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.
Hart- en vaatziekten
Hart- en vaatziekten zijn nog steeds verantwoordelijk voor het grootste deel van de mortaliteit en morbiditeit in de Westerse landen. Het ziekteproces dat aan de meerderheid van de gevallen van hart- en vaatziekten ten grondslag ligt is atherosclerose. Drs. M.D. Trip, internist van het Academisch Medisch Centrum van Amsterdam, bevestigde de risicofactorhypothese die reeds aan het einde van de jaren twintig werd gepostuleerd: atherosclerose kent niet één oorzaak, maar ontstaat op basis van een aantal factoren die elkaar versterken. Belangrijke risicofactoren zoals leeftijd, geslacht en familiaire predispositie zijn niet te beïnvloeden; roken, een verhoogde bloeddruk, diabetes mellitus en adipositas zijn wel te controleren, evenals stoornissen in de vetstofwisseling en met name een verhoogd LDL-cholesterolgehalte, die centraal staan bij het ontstaan en de progressie van atherosclerose en de complicaties ervan. Gezien dit proces van vaatwandveranderingen al voor het tiende levensjaar begint, is preventie op zowel individueel als bevolkingsniveau essentieel om de sterfte aan hart- en vaatziekten te doen afnemen.
Essentiële vetzuren
Prof. G. Hornstra, Onderzoeksinstituut NUTRIM van de Universiteit Maastricht, belichtte de positieve invloed van de essentiële vetzuren linolzuur en a-linoleenzuur op hart- en vaatziekten. Ten opzichte van koolhydraten hebben beide vetzuren een ongeveer even sterke, dosis-afhankelijke verlagende werking op LDL-cholesterol en triglyceriden. Het zogenaamde gunstige HDL-cholesterolgehalte stijgt licht na het vervangen van koolhydraten door voedingsvetzuren. Een linolzuurrijke voeding zou bovendien zowel de bloeddruk als de arteriële tromboseneiging verlagen. De beschreven effecten blijken echter niet consistent. Bovendien ontbreekt over het algemeen de 100 % zekerheid omdat de interpretatie van deze studies wordt bemoeilijkt door het multifactoriële karakter van de interventies: bv. is het bekomen effect het gevolg van het verhogen van de PUFA's of van het verlagen van de verzadigde vetzuren?
Studies
Linolzuur en a-linoleenzuur kunnen in het lichaam worden omgezet in vetzuren met nog langere en nog sterker onverzadigde koolstofketens: de zogenaamde "long chain PUFA's" of LCP's. Het belangrijkste LCP dat uit linolzuur wordt aangemaakt is arachidonzuur dat ook in kleine hoeveelheden voorkomt in eidooier en vers vlees. Eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) worden uit a-linoleenzuur gevormd. EPA en DHA komen ook in relatief grote hoeveelheden voor in vette vis. Nadat epidemiologisch onderzoek uitwees dat het eten van vis vaak geassocieerd is met een verlaagd risico voor hart- en vaatziekten, zijn EPA en DHA uitvoerig onderwerp van studie geworden. Terwijl deze visvetzuren nauwelijks invloed hebben op het HDL- en LDL-bloedcholesterolgehalte, verlagen ze wel het triglyceridengehalte en zouden ze aanleiding geven tot een verminderde aggregatie van bloedplaatjes en daardoor een verlaging van de arteriële tromboseneiging. Interventiestudies moeten deze aanwijzingen nog bevestigen. De resultaten van diverse studies naar het effect op een verhoogde bloeddruk zijn niet eenduidig.
Vis
De praktische vertaling van deze onderzoeksresultaten resulteerde in de aanbeveling om 1 tot 2 maal per week (vette) vis te eten. Te meer, aangezien de inname van a-linoleenzuur nog te beperkt is t.o.v. de inname van linolzuur. Wie geen vis lust, kan het gebruik van met visolie verrijkte producten overwegen en kiezen voor plantaardige oliën rijk aan a-linoleenzuur zoals koolzaad-, soja- en walnootolie. Prof. Hornstra beklemtoonde ten slotte het belang van dit advies voor zwangere vrouwen. De essentiële vetzuurstatus van de moeder zou samenhangen met de gezondheidsrisico's voor het kind op latere leeftijd. Een betere overdracht van deze vetzuren van moeder naar foetus zou bijdragen tot een beter geboortegewicht en daarmee tot een verbeterde preventie van hart- en vaatziekten. Meer lezen over essentiële vetzuren en visvetzuren:
- Nutrinews, maart 1999 "Meer aandacht voor essentiële vetzuren"
- Nutrinews Special "Vis en gezonde voeding"
VitaminenSamen met ondermeer vetzuren, spelen ook vitaminen vandaag een opvallende rol in het wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten. Antioxidanten in de voeding zoals vitamine C, vitamine E en b-caroteen staan sterk in de belangstelling. Observationeel onderzoek pleit in het algemeen voor het belang van antioxidanten ter bescherming van hart- en vaatziekten. Recent gepubliceerde interventiestudies scharen zich echter niet volledig achter deze hypothese. Alleen de onderzoeken die gericht zijn op de secundaire preventie bevestigen de mogelijk gunstige effecten van antioxidanten en in het bijzonder van vitamine E op de gezondheid. In afwachting van verdere onderzoeksresultaten blijft volgens Dr. K. Klipstein van het Duitse Instituut voor de Menselijke Voeding te Potsdam voorlopig de meest verantwoorde aanbeveling dan ook een evenwichtige voeding met extra aandacht voor groenten en fruit, belangrijke bronnen van antioxidantia, en volkorengranen.Dr. G. Boers, internist van het Academisch Ziekenhuis van Nijmegen, duidde op de bevinding dat een hyperhomocysteïnemie, een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten, kan worden verlaagd door gebruik te maken van extra foliumzuur, al dan niet in combinatie met de vitaminen B6 en B12. Deze B-vitaminen zijn cruciaal in de stofwisseling van methionine en homocysteïne. Een aanbeveling van 0,5 mg foliumzuur per dag zou volgens Dr. Boers volstaan.
Gezien een dagvoeding in het algemeen niet meer dan 0,2 mg foliumzuur levert, lijkt een supplement of een foliumzuurverrijkte voeding nodig.
Meer lezen over antioxidanten in de voeding
- Nutrinews, december 1999 "Antioxidantia in de voeding
"Van aanwijzing naar aanbeveling
In de huidige aanbevelingen voor voedingsstoffen is ziektepreventie niet als een behoeftecriterium opgenomen. Dr. H. van den Berg stelde zich de vraag of de bovengenoemde aanwijzingen met betrekking tot de preventie van hart- en vaatziekten, afkomstig uit voornamelijk observationeel epidemiologisch en experimenteel (in vitro) onderzoek, aanleiding zouden moeten zijn om de algemene aanbevelingen voor vitaminen aan te passen. Hij kwam tot de conclusie dat de vele gunstige aanwijzingen, die trouwens nog steeds toenemen, alsnog geen hard bewijs vormen voor een preventief effect. Meer onderzoek blijft nodig naar causaliteit en bekendheid ten aanzien van het onderliggende mechanisme. Een beschermend effect moet bovendien in meerdere, onafhankelijk van elkaar uitgevoerde, gecontroleerde interventiestudies worden aangetoond. De zoektocht naar het definitieve bewijs moet dus doorgaan.De verantwoordelijkheid om al dan niet een supplement te gebruiken rust dus vooralsnog bij de consument. Wanneer de consument beslist om een supplement te gebruiken, is een goed advies over het soort supplement in ieder geval welkom om te vermijden dat hij of zij de toevlucht neemt tot nepmiddelen. Eén raadgeving moet echter altijd voorop blijven staan: zorg voor een evenwichtige en gevarieerde voeding.Dr. Geert van Poppel, TNO Voeding Zeist, wees er ten slotte op dat wetenschappers en hulpverleners niet blind of doof mogen zijn voor veranderende tendensen in de maatschappij die ook van invloed zijn op de voedselconsumptie en het gebruik van supplementen bij de consument. Deze factoren zijn o.a. demografie en economie, leeftijd en werk, attitudes en trends in winkelen en koken. In de huidige setting zijn gemak, gezondheid en smaak/variatie belangrijke beweegredenen bij de aankoop van voedingsmiddelen. Voor de industrie is het belangrijk hierop in te spelen. Vanuit het toenemende gezondheidsbewustzijn van de consument is bv. de ontwikkeling van "functional foods" op gang gekomen maar vindt ook het aanbod aan voedingssupplementen sterk uitbreiding. Om wildgroei te voorkomen is een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing van veiligheid, beweringen en claims een voorwaarde. Elke industrie heeft hier alle belang bij om het vertrouwen van de consumenten te vrijwaren.
Bijschrift:; Terwijl de heren geleerden nog geen aanbeveling durven te doen betreffende voedingssuplemeneten, komen er wel genetisch gemanipuleerde gewassen, en komen we dagelijkse vitaminen tekort in de voeding. Medisch Dossier maart 2003 schreef: "Desastreus mismanagement van onze landbouwgrond en intensieve landbouwmethoden hebben ertoe geleid dat ons voedsel van dermate povere kwaliteit is dat vitaminesupplementen geen overbodige luxe maar een bittere noodzaak zijn voor een goede gezondheid". Biologische landbouw en verbouwen in eigen tuin ten spijt, beiden zijn slechts weinig beter af. De vraag luid dan: Is deze situatie in slechts een paar jaar zo scheef gegroeid of zijn er andere belangen in het spel?
-Henk Mutsaers-
|
eBoek: Super Gezonde Fruit Smoothie
Mike Donkers heeft deze super smoothie grotendeels samengesteld. Als je leest wat het allemaal voor je gezondheid kan betekenen, ... Hoeveel wetenschappelijk onderzoek er allemaal al gedaan is. Hoe weinig ik daarvan wist (!) en met mij vele anderen. Doe eens gek en vervang drie weken lang één broodmaaltijd voor de Super Fruit Smoothie. Ik daag je uit en ..... Open / Download eBoek Super Fruit Smoothie
|
 |
|
| Reactie(s) [ Voorwaarden ] |
|
|
|
|
|
|
|
Recentelijk toegevoegd |
|
Podcasts Gezondheid radio |
|
|
|
|